“De Amsterdammer is expert van zijn eigen straat.”

“De voetganger op één, dat zeggen we al jaren. Maar in de praktijk is dat nog best moeilijk,” zegt Johanneke Helmers, programmamanager Jaar van de Voetganger bij de gemeente Amsterdam. Sinds de stad het Jaar van de Voetganger uitriep, probeert ze met haar team precies dat te veranderen: meer ruimte, meer aandacht en vooral meer bewustzijn.

De straat als spiegel van de stad

Helmers noemt twee belangrijke terreinen: de straat en de stoep. “Bij de straat gaat het om veilig oversteken, bij de stoep om toegankelijkheid en doorloopruimte. In een stad die blijft verdichten, wordt de ruimte steeds kostbaarder. Dan wringt het: terrassen, fietsen, vergroening; alles vraagt plek, en de voetganger moet daar letterlijk tussendoor zien te lopen.”

Volgens Helmers zit de uitdaging in keuzes durven maken. “We willen vergroenen, ruimte voor ontmoeting, meer ruimte voor fietsparkeren en levendige winkelstraten. Maar dat gaat soms ten koste van de doorloopruimte. Politiek is dat lastig, want de stad kent allemaal verschillende behoeftes: een geveltuintje, een bankje, een fietsenrek, maar ook winkeluitstallingen, terrassen, elektriciteitsvoorzieningen. We vinden het allemaal belangrijk, maar ze botsen in die ene smalle straat.”

Het Jaar van de Voetganger biedt ruimte om dat gesprek open te breken. “Het is niet onze bedoeling om te verbieden of met het vingertje te wijzen. Het gaat erom dat we samen zien dat ruimte een keuze is. En dat de voetganger daarbij te vaak de restcategorie is.”

Kleine acties met groot effect

Het Jaar van de Voetganger draait niet om grote infrastructuurprojecten, maar om bewustwording. “Zoals de actie met bordjes ‘Ik rem voor zebra’s’, bedacht door Serve the City. Fietsers die het bordje ophangen, committeren zich aan ander gedrag. En dat werkt: je kunt bijna niet niet stoppen.”

Die actie laat precies zien wat Helmers ook beoogt in het Jaar: aanjagen zonder overnemen. “Wij financieren deze actie en verbinden, maar het initiatief blijft van de stad. De energie komt van onderop. Bewoners, scholen, organisaties; wij helpen het groter te maken, maar claimen het niet. Geen gemeentelogo’s, geen formele toon. Zo blijft het echt.”

Ook kinderen denken mee. “We hebben onze Kinderraad formeel om advies gevraagd waarmee zij belangrijke bron van ideeën werden. Maar we betrekken ze ook bij de acties op straat. Bij de Sint Jansschool hebben leerlingen zelf bordjes gemaakt en bloemen uitgedeeld aan fietsers die stopten. Dat soort acties brengen het gesprek letterlijk op straat.”

Leren door te doen

Naast inspireren en agenderen richt Amsterdam zich ook op experimenteren. “Dat vinden we het moeilijkst, want je hebt maar een jaar. Toch proberen we kleine experimenten in de openbare ruimte, samen met bewoners, om te ontdekken wat werkt. Soms weten we het antwoord niet, en dat zeggen we dan ook. Dat vraagt lef en kwetsbaarheid van de gemeente. Zo ook in de Roetersstraat waar veel energie is om de buurt prettiger te maken. Daar gaan we een traject in met meerdere straatexperimenten vanuit de buurt die we vanuit de gemeente willen ondersteunen.”

“We moeten af van het idee dat de gemeente alles weet,” zegt Helmers. Ze pleit voor een cultuur waarin overheden vaker durven te proberen. “De Amsterdammer zelf is expert van zijn eigen straat. We moeten die kennis veel meer benutten. Niet door beleid te stapelen, maar door met elkaar te kijken: wat werkt hier?”

De gemeente in beweging

Wat Helmers minstens zo belangrijk vindt, is wat er binnen de gemeente gebeurt. “We proberen eigenaarschap te creëren bij collega’s. De voetganger raakt alles: van gezondheid tot sociale veiligheid, van vergrijzing tot klimaatadaptatie. Dus werken we met de GGD, Sport en Bos, maar ook met stadsdelen, belangenverenigingen en bewoners. De stad maken we samen.”

Binnen de organisatie is het een proces van bewustwording. “De ene collega kijkt naar verkeersdoorstroming, de ander naar leefbaarheid of veiligheid. Wij proberen die werelden te verbinden. De voetganger loopt dwars door al die thema’s heen. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook heel krachtig.”

Om dat bewustzijn te versterken organiseert Helmers bijeenkomsten als De Wondere Wereld van de Voetganger, maar ook schouwen. “We nemen collega’s letterlijk mee de straat op. Zelf ervaren hoe het is om te lopen over een volle stoep zegt meer dan honderd PowerPointpresentaties.”

Wandelen als vorm van bewust beleid

Dat sluit mooi aan bij bredere initiatieven als Werken in Beweging en de zogenoemde Weetingroutes: routes voor wandelend vergaderen die in meerdere steden zijn ontwikkeld. “Door buiten te overleggen, ervaar je de stad waarvoor je werkt. Je ziet pas echt waar ruimte knelt of juist kansen liggen. Een wandeling door de stad is de beste manier om te begrijpen wat beleid betekent.”

Het idee van wandelend vergaderen past volgens Helmers naadloos bij het Jaar van de Voetganger. “We moeten de voetganger niet alleen zien als iemand in het verkeer, maar als mens in de openbare ruimte. Lopen verbindt: het is sociaal, gezond en maakt de stad leefbaar.”